Kunstpraat

Kunstpraat is een rubriek, op de website van onze academie, waar op regelmatige en onregelmatige basis stukken verschijnen die met kunst (of de kunstpraktijk) te maken hebben.

 

Ik wil jullie laten kennismaken met een werk van Paul Klee, ‘der winter kommt’ uit 1939.
Het werk is een oogwaarschijnlijk vlugge notitie van iets dat hij wou neerzetten omdat hij het niet zou vergeten.
Misschien is dat wel zo, maar dat maakt het niet minder interessant.

Ik heb dit werk genomen enerzijds omdat ik het leuk vind om eens een minder bekend werk te belichten. Anderzijds omdat het van zo’n enorme vrijheid getuigt en omdat ik gewoon graag mijn verwondering wil delen.
Het oogt misschien op het eerste zicht snel en makkelijk en het zou kunnen dat het voor hem ook zo was, maar voor mij is het een heel fris en scherp werk dat veel vertelt over beeldtaal.

Hij gebruikt het landschap als vertrekpunt.
Eerlijk gezegd denk ik dat het onderwerp hier niet de hoofdzaak is.
Het onderwerp geeft hem de vrijheid om met vlakken en lijnen te jongleren.
Hij deelt het landschap op in vlak en lijn waardoor het landschap nog nauwelijks herkenbaar is.

Het is heel fascinerend hoe hij zijn materiaal gebruikt, alsof hij het voor de eerste keer op papier uitprobeert, zoals een kind dat verwonderd is door de strepen die het kleurpotlood achterlaat op een wit papier.
‘Mmm.. wat zou dat geven als ik nu eens potloodlijnen combineer met bruine vegen.’
Die twee materialen werken heel ongecompliceerd en natuurlijk samen. Ze gunnen elkaar de juiste ademruimte.
Het potlood focust zich vooral op de lijnen en de bruine verf is bezig met het vlakmatige.
Het eeuwenoude spel tussen lijn en vlak wordt hier heel harmonisch naast en door elkaar gezet.
Zelfs een beetje uit elkaar getrokken waardoor het spanningsveld tussen die twee duidelijker wordt.

Dan kom ik op het volgende punt wat ik aan dit werk zo boeiend vind.
De positieve en negatieve ruimte (de vormen en de ruimten tussen de vormen).
Dit lost hij op door eerst met potlood lijnen te trekken die soms op bepaalde vormen duiden en soms als lijnen blijven staan.
Deze kan je als positieve ruimte (maar niet overal) bekijken.
De bruine vegen aangebracht met verf houden zich vooral bezig met de tussenruimte (de negatieve ruimte).
Dit evenwicht tussen die twee materialen en tussen die ruimtes lijkt eenvoudig maar is zo intuïtief en speels opgelost dat het een heel boeiende samenwerking wordt.
Zelfs de richting van de bruine vegen, wat voornamelijk verticaal is, zorgen er voor dat het geen rommelige uitstraling heeft maar dat het werk toch heel solide blijft recht staan.

Paul Klee zijn beeldtaal heeft ook vaak iets kinderlijk of iets naïef.
Het is iets wat hem enorm aantrekt , tekeningen van kinderen, de vrijheid die daar meer gepaard gaat, de vormtaal die kinderen gebruiken.
Het heeft iets heel direct.
Kinderen zijn niet bezig met bijvoorbeeld perspectief ze zijn bezig met hun onderwerp zo (voor hun) interessant mogelijk op dat papier te krijgen. 
Dit gebrek aan perspectief is ook iets waar Paul Klee vaak gebruik van maakt.
Het is niet omdat hij het niet kan of wil maar omdat hij heel direct en frontaal wil overkomen.
Hij haalt met opzet de diepte er uit om het zo direct mogelijk te laten overkomen.
Begrijp me niet verkeerd ik vind wel dat het werk ruimtelijkheid in zich heeft.
Het heeft zelfs een héél ruimtelijke, open en ademende uitstraling maar dat is iets anders dan diepte of perspectief.

Het is maar , je hoeft niet veel te hebben om iets interessant te kunnen vertellen.
Een papier en potlood, een beetje bruine verf en 5 min tijd (die tijdsduur is natuurlijk een heel grote gissing van mij).
Het is vooral hoe dat je iets vertelt …

Nico Van Dijck

Img 5232